Freek en een hut

stapelbed

Bij mijn binnenkomst zit je in de hoek op de grond. Diep weggezonken in een tijdschrift. Misschien merk je mij niet op, of doe je alsof, maar je geeft geen kik. Als ik op mijn hurken naast je ga zitten kijk je met grote blauwe ogen op van je blad. Met je donkere krullen en helder blauwe ogen ben je een bijzondere jongen. ‘Wat ben je aan het lezen?’, vraag ik. ‘Freek’, geef jij aan. Je bekijkt me vluchtig en verstopt je snel weer in het tijdschrift.

Ik geef aan dat ik Freek ken van TV en hij wel stoer is dat hij zo dicht bij dieren durft te komen. Je bent het duidelijk met me eens en begint vol enthousiasme te vertellen over witte tijgers en krokodillen. Je weet er ontzettend veel van, meer dan ik. Super wijs ben je voor je jonge 8 jaar. Later wil jij ook worden wat Freek is. Hoe dat precies heet weet je niet, maar je wil het wel worden. Dat weet je zeker.

Wanneer ik je vraag of je weet waarvoor ik kom, zeg je het wel te weten. ‘Om met mij te praten over de scheiding van mijn ouders, dat weet ik wel hoor.’ ‘Ik vind het niet erg dat ze gaan scheiden’, zeg je meteen. In de hoop ervan af te zijn begin je weer over wilde dieren en ren je naar je zelfgemaakte hut. Je zegt dat praten buiten de hut verboden is. Ik mag er wel in komen, maar moet dan wel het wachtwoord raden. Je bent slim.

Ik speel mee en mag na vele pogingen gelukkig toch je hut in, als je mij straks ook wat mag vragen. De deal is gesloten. Als we nog wat meer praten over kinderen uit jouw klas met gescheiden ouders, geef je aan het toch wel stom te vinden. Je weet niet wat er gaat gebeuren, waar je gaat wonen en hoe vaak je papa en mama straks ziet. En wat moet je doen als je ze mist? Mag je al je knuffels mee? Samen schrijven we alles op waar jij je zorgen om maakt en spreken af dat we dit met papa en mama gaan overleggen. Dat vind je een goed idee. Op jouw verzoek vertel ik over mijn lievelingsdier en of ik thuis ook dieren heb. ‘Wat wil jij later worden?’, vraag je mij. Ik moet lachen en besluit te gaan voor moeder.

Wanneer wij een week later aan jouw ouders gaan vertellen wat jij belangrijk vindt, zeg je dat je vanmorgen op school hebt verteld dat je vandaag ‘iets stoms moet doen’. We bespreken dat het heel normaal is dat het even spannend is, maar dat je het niet fout kan doen. We spreken af dat je mijn arm vasthoudt. Als het te spannend wordt mag je knijpen en dan help ik je. We beginnen met vertellen wat we in de afgelopen keren hebben gedaan. Na één minuut laat je mijn arm al los. Je vertelt veel over wat wij hebben gedaan, maar met de kwetsbare stukjes moet ik je even helpen. Je vertelt dat je bang bent om papa en mama te missen en dat je graag een foto van ze wil. Ook de spulletjes waar je niet zonder kan, komen voorbij. Je sluit af met ‘en ik heb ook echt een stapelbed en een hangmat nodig’.

Dat je hebt verteld waar je mee zit ben ik enorm trots op, maar die laatste zin maakt mij het meest blij en laat me lachen. Je kan weer kind zijn.

1 reactie

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.