Werkwijze Kindbehartiger

Anna haar ouders zijn al heel lang gescheiden. Zo lang, dat ze eigenlijk geen herinneringen heeft van haar ouders samen. Ze woont bij haar moeder en ziet haar vader één dag in de vier weken ongeveer. Haar vader woont namelijk 100 km ven haar vandaan en kan zelf niet autorijden. Daarom woont hij ook zo ver. Hij woont dicht bij zijn werk zodat hij op de fiets kan. Anna snapt dat, maar vindt het wel vervelend. Ze zou graag willen dat hij dichterbij woonde. Als ze naar papa gaat, gaat ze samen met opa en oma. Die hebben wel een auto.

Anna kan zich niet herinneren dat haar ouders samen zijn geweest en heeft ook geen herinneringen van haar vader als opvoeder. Geen vader die haar heeft opgepakt bij een val, geen vader die haar gebroken hart kon lijmen en geen vader die haar heeft leren fietsen. Wat Anna wel heeft, is een vader die àltijd een broodje ei maakt als zij komt. Een maisbroodje met een gebakken ei. Bij mama eet ze dat nooit en dat wil ze ook niet. Het broodje ei hoort bij papa en smaakt daar het allerlekkerst.

Jaren lang krijgt Anna die lekkere broodjes ei, één zondag in de vier weken. Anna weet eigenlijk niet hoe lang dit zo is geweest. Misschien wel helemaal niet zo lang, maar de herinnering is groot. Misschien is dit wel de grootste herinnering die ze heeft aan papa die voor haar zorgt.

Op een dag is er een vrouw bij papa, zijn nieuwe vriendin. Anna vindt het leuk dat papa een vriendin heeft, want ze vindt het zielig dat hij vaak alleen is. Ze is heel aardig, maar vanaf die dag, eten ze ’s middags afbakbroodjes met filet american. Bij mama is dat de lievelings van Anna, maar nu smaakt het niet zo lekker. Het is niet het broodje ei. Het is niet haar enige traditie en houvast met papa. Van buiten is Anna dankbaar, maar van binnen huilt Anna om hun moment. Dat is voor Anna het verschil tussen een afbakbroodje en een gebakken ei.

 

Als Kindbehartiger help ik kinderen als Anna om aan hun ouders te vertellen waarom kleine dingen voor hun heel belangrijk zijn. Zo kunnen zij weer genieten van speciale momentjes en al dan niet een manier vinden om nieuwe partners bij die momentjes te betrekken. Het gaat Anna niet om de persoon die er bij is gekomen, maar om de gewoonte die is weggevallen. 

 

*Anna heet in het echt geen Anna

stapelbed

Bij mijn binnenkomst zit je in de hoek op de grond. Diep weggezonken in een tijdschrift. Misschien merk je mij niet op, of doe je alsof, maar je geeft geen kik. Als ik op mijn hurken naast je ga zitten kijk je met grote blauwe ogen op van je blad. Met je donkere krullen en helder blauwe ogen ben je een bijzondere jongen. ‘Wat ben je aan het lezen?’, vraag ik. ‘Freek’, geef jij aan. Je bekijkt me vluchtig en verstopt je snel weer in het tijdschrift.

Ik geef aan dat ik Freek ken van TV en hij wel stoer is dat hij zo dicht bij dieren durft te komen. Je bent het duidelijk met me eens en begint vol enthousiasme te vertellen over witte tijgers en krokodillen. Je weet er ontzettend veel van, meer dan ik. Super wijs ben je voor je jonge 8 jaar. Later wil jij ook worden wat Freek is. Hoe dat precies heet weet je niet, maar je wil het wel worden. Dat weet je zeker.

Wanneer ik je vraag of je weet waarvoor ik kom, zeg je het wel te weten. ‘Om met mij te praten over de scheiding van mijn ouders, dat weet ik wel hoor.’ ‘Ik vind het niet erg dat ze gaan scheiden’, zeg je meteen. In de hoop ervan af te zijn begin je weer over wilde dieren en ren je naar je zelfgemaakte hut. Je zegt dat praten buiten de hut verboden is. Ik mag er wel in komen, maar moet dan wel het wachtwoord raden. Je bent slim.

Ik speel mee en mag na vele pogingen gelukkig toch je hut in, als je mij straks ook wat mag vragen. De deal is gesloten. Als we nog wat meer praten over kinderen uit jouw klas met gescheiden ouders, geef je aan het toch wel stom te vinden. Je weet niet wat er gaat gebeuren, waar je gaat wonen en hoe vaak je papa en mama straks ziet. En wat moet je doen als je ze mist? Mag je al je knuffels mee? Samen schrijven we alles op waar jij je zorgen om maakt en spreken af dat we dit met papa en mama gaan overleggen. Dat vind je een goed idee. Op jouw verzoek vertel ik over mijn lievelingsdier en of ik thuis ook dieren heb. ‘Wat wil jij later worden?’, vraag je mij. Ik moet lachen en besluit te gaan voor moeder.

Wanneer wij een week later aan jouw ouders gaan vertellen wat jij belangrijk vindt, zeg je dat je vanmorgen op school hebt verteld dat je vandaag ‘iets stoms moet doen’. We bespreken dat het heel normaal is dat het even spannend is, maar dat je het niet fout kan doen. We spreken af dat je mijn arm vasthoudt. Als het te spannend wordt mag je knijpen en dan help ik je. We beginnen met vertellen wat we in de afgelopen keren hebben gedaan. Na één minuut laat je mijn arm al los. Je vertelt veel over wat wij hebben gedaan, maar met de kwetsbare stukjes moet ik je even helpen. Je vertelt dat je bang bent om papa en mama te missen en dat je graag een foto van ze wil. Ook de spulletjes waar je niet zonder kan, komen voorbij. Je sluit af met ‘en ik heb ook echt een stapelbed en een hangmat nodig’.

Dat je hebt verteld waar je mee zit ben ik enorm trots op, maar die laatste zin maakt mij het meest blij en laat me lachen. Je kan weer kind zijn.